De Nederlandse huisartsgeneeskunde heeft een sterke academische basis, want de huisartsenopleidingen bestaan in Nederland al sinds 1971 en zijn verbonden aan de zeven afdelingen Huisartsgeneeskunde in het land (zie kader, in het volledige artikel).
Momenteel zijn er hoogleraren huisartsgeneeskunde aan alle medische faculteiten in het land. Alle huisartsen in opleiding worden geschoold in academische vaardigheden en in toenemende mate combineren aiossen huisartsgeneeskunde hun opleiding met wetenschappelijk onderzoek. De zogenaamde aiotho-constructie, arts in opleiding tot huisarts en onderzoeker, heeft de afgelopen 25 jaar een kleine driehonderd gepromoveerde huisartsen opgeleverd. Deze huisarts-onderzoekers leveren in hun vervolgcarrière in vele rollen een bijdrage aan de wetenschappelijke onderbouwing en verdere ontwikkeling van het vakgebied.
Contextgericht
Typisch huisartsgeneeskundig klinisch onderzoek richt zich vooral op symptomen en in mindere mate op ziektes. Er zijn bijvoorbeeld grootschalige succesvolle klinische gerandomiseerde onderzoeken in de eerste lijn verricht naar kinderen met koorts, patiënten met pijn op de borst of hartkloppingen, volwassenen met schouderpijn, rugpijn of gewrichtsklachten, en naar vrouwen met urineverlies. Het waren dus geen onderzoeken naar sepsis, acuut coronair syndroom, tendinitis calcarea of urge- incontinentie. Dat neemt niet weg dat ook in het huisartsgeneeskundige onderzoek aandacht is voor ziektespecifiek onderzoek. Aangezien onderzoek steeds meer multidisciplinaire expertise vraagt, vindt veelvuldig samenwerking plaats met de tweede lijn, partners in de eerste lijn of het sociaal domein. Gericht onderzoek in de eerste lijn blijft essentieel. De belangrijkste reden daarvoor is spectrumbias, het fenomeen dat de prestatie van een diagnostische test kan variëren in verschillende klinische settings doordat elke setting een andere patiëntenmix heeft. Deze bias geldt niet alleen bij diagnostische tests, maar zal altijd optreden bij het toepassen van interventies uit de tweede lijn op de vaak veel meer heterogene eerstelijns populatie met een lagere a-priorikans op ziekte. Huisartsgeneeskundig onderzoek is naast klassiek klinisch onderzoek ook zeker contextgericht onderzoek, met aandacht voor verminderde gezondheidsvaardigheden en samen beslissen, waarbij ook kwalitatieve onderzoeksmethodes en actieonderzoek worden gebruikt.
Geschikte patiënten
Ondertussen heeft een aantal onderzoeksgroepen in het UNH ook ziektespecifiek de krachten gebundeld, bijvoorbeeld voor onderzoek bij oncologie en hart- en vaatziekten.
Goudmijn aan eerstelijnsdata
Uit nieuwe data verzameld in prospectief (experimenteel) onderzoek in de huisartsgeneeskunde is belangrijke kennis te halen, maar ook bestaande zorggegevens van duizenden huisartsenpraktijken in Nederland zijn een goudmijn aan eerstelijnsdata voor onderzoek en kennis.
Zo lukt het steeds vaker om data vanuit meerdere databases samen te gebruiken voor specifieke onderzoeksvragen. Daardoor ontstaat toegang tot huisartsendata van miljoenen patiënten, wat ook bigdata-onderzoek mogelijk maakt.
Specifieke bewijslast
De onderbouwing van het huisartsgeneeskundig handelen heeft een enorme impuls gekregen in de vorm van NHG-Standaarden. De aanbevelingen in deze standaarden berusten zoveel mogelijk op onderzoek gericht op kennisvragen met betrekking tot de eerstelijnspatiëntenpopulatie en slechts voor een klein deel op medisch-specialistische kennis.
In 1989 verscheen de eerste standaard over diabetes mellitus type 2. Momenteel bestaat het NHG-richtlijnprogramma uit 93 standaarden en 47 behandelrichtlijnen, die veelvuldig worden gebruikt in de praktijk en in onderwijs en nascholing.
Richtlijnen actueel houden
De laatste jaren worden steeds hogere methodologische eisen gesteld aan de onderbouwing van richtlijnen. Zoekvragen, systematische literatuursearches en -selectie en de gedetailleerde beschrijving daarvan hebben de verantwoording van de richtlijnen steeds meer doen uitdijen. Het NHG maakt sinds een paar jaar gebruik van de MagicApp, waarin op basis van onderzoeksresultaten de niveaus van bewijsvoering en gradering van de aanbevelingen expliciet zichtbaar worden gemaakt voor de lezer. Een andere nieuwe ontwikkeling is de visualisering van een samenvatting in de vorm van een digitale infographic.
Thuisarts.nl
De aanbevelingen uit de richtlijnen worden vertaald voor het publiek aangeboden op Thuisarts.nl. Met vijf tot zes miljoen bezoekers per maand is dat de populairste en best gewaardeerde publiekswebsite over gezondheid en ziekten. Ter ondersteuning ontwikkelt het NHG keuzekaarten die een overzicht geven van de voor- en nadelen van de verschillende beleidsopties, bijvoorbeeld bij anticonceptie. Daarnaast worden er e-learningmodules, indicatoren voor monitoring – onder meer diabetes en astma/COPD – en computerondersteuning bij het voorschrijven van medicatie (NHG- Formularium) ontwikkeld. Deze hebben als doel de implementatie te ondersteunen, de zorg te personaliseren en de acceptatie van het beleid bij het publiek te bevorderen.
Wetenschappelijk hart
De huisartsgeneeskunde als wetenschap staat als een huis. De huisartsgeneeskundige onderzoeksgroepen voeren het onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek uit, waarna het NHG de uitkomsten vertaalt naar richtlijnen en afgeleiden voor implementatie, voor professionals en patiënten. Bij verzoeken tot samenwerking in wetenschappelijk onderzoek en richtlijnontwikkeling kan contact worden opgenomen met het Kenniscentrum van het NHG.
Bronbeeld: met dank aan Medisch Contact
