De UNH-Platformdag van donderdag 2 april in Doorn liet zien hoeveel er in korte tijd in beweging is gekomen binnen de Academische Werkplaatsen Huisartsenzorg (AWH’s) en het Landelijk Samenwerkingsverband Academische Werkplaatsen Huisartsenzorg (LSAWH). In de regio’s groeit een breed palet aan samenwerkingen en praktijkgerichte initiatieven. Tegelijk maakte de dag duidelijk dat de volgende fase vraagt om scherpere keuzes: over gezamenlijk doel, onderlinge afspraken en een governance die samenwerking ondersteunt zonder die onnodig te verzwaren.

In korte tijd veel in beweging
De platformdag stond in het teken van samenwerking en governance binnen het UNH en het LSAWH. Opvallend is hoe snel de AWH’s zich ontwikkelen. In relatief korte tijd is, zowel landelijk als regionaal, veel in gang gezet. Daardoor wordt steeds duidelijker waar de kracht van de AWH’s ligt.
Dat bleek uit de plenaire reflecties, de governance-dialoog, de pitches van de AWH’s en de postersessie. De regio’s presenteerden uiteenlopende voorbeelden van samenwerking rond praktijkvragen, kennisontwikkeling en onderwijs. Juist die veelheid aan initiatieven onderstreepte dat de AWH’s niet meer in een verkennende beginfase zitten, maar bezig zijn hun positie en werkwijze concreet vorm te geven.
Daarmee werd ook zichtbaar waar de landelijke meerwaarde van het LSAWH ligt, niet in uniformiteit, maar in samenhang. Regionale eigenheid blijft nodig, maar de behoefte om van elkaar te leren, gezamenlijk op te trekken en keuzes beter af te stemmen wordt steeds groter.
Regionale kracht vraagt om landelijke verbinding
Een belangrijke opbrengst van de dag was dat de regionale praktijkvoorbeelden niet op zichzelf stonden. Ze lieten juist zien dat in verschillende delen van het land aan vergelijkbare vragen wordt gewerkt: hoe organiseer je duurzame samenwerking, hoe verbind je praktijk en academie, en hoe zorg je dat kennisontwikkeling daadwerkelijk aansluit op wat in de huisartsenpraktijk nodig is?
In de reflecties uit de zaal kwam die lijn steeds terug. Er is breed besef van een collectief belang, met tegelijk ruimte om regionaal op eigen wijze te werken. Ook werd duidelijk dat succesvolle samenwerking begint bij de inhoud: een gezamenlijk doel moet leidend zijn, niet een vooraf dichtgetimmerde structuur. Governance werd daarbij vooral gezien als randvoorwaarde, niet als doel op zichzelf.


Juist voor het LSAWH zijn deze inzichten relevant. Naarmate het netwerk groeit, neemt ook de behoefte toe aan heldere afspraken over rollen, taken, mandaat en besluitvorming. Niet om het geheel zwaarder te organiseren dan nodig, maar om te voorkomen dat energie versnipperd raakt. De platformdag leverde daarmee ook bouwstenen op voor het vervolg van het governance-traject: wat moet landelijk worden versterkt, en waar moet juist ruimte blijven voor regionale eigenheid?
“Ik werd erg blij van deze dag. Je voelde dat we met zijn allen niet stilstaan, maar bewegen naar iets moois. De landelijke samenwerking heeft weer een stap gezet, en de ideeën zijn opgehaald hoe we deze duurzaam kunnen inrichten. En dan vinden we governance opeens niet meer saai, maar juist uitdagend.”
Henk Schers, voorzitter van de projectgroep LSAWH
De opgave: minder academisch, sterker verbonden met de praktijk
De dag liet niet alleen energie zien, maar maakte ook duidelijk waar de opgave ligt. Verschillende bijdragen wezen erop dat de AWH’s alleen toekomstbestendig zijn als zij stevig verbonden blijven met de huisartsenpraktijk.
“We zijn nog maar net begonnen, maar er is al veel om te laten zien. Er is ook veel energie om nog meer te doen. Juist daarom is er behoefte aan goede landelijke afspraken. Tegelijk moet de werkplaats primair een huisartsenpraktijkfocus hebben. Nu is het soms nog te academisch; die cultuuromslag vraagt tijd en inspanning.”
Leo van Rossum, ambtelijk secretaris van de projectgroep LSAWH
Die praktijkverbinding kwam nadrukkelijk terug in de gesprekken over RHO’s, die in veel regio’s als spil functioneren. Ook uit concrete voorbeelden bleek hoe belangrijk het is om die relatie organisatorisch én inhoudelijk goed te verankeren. Een werkplaats die te veel vanuit de academische context opereert, verliest uiteindelijk aansluiting bij de vragen die in de praktijk leven.

Daarmee raakt de ontwikkeling van de AWH’s aan een bredere cultuuromslag: van denken vanuit instituten en structuren naar werken vanuit gezamenlijke praktijkvragen. Dat vraagt tijd, vertrouwen en een manier van samenwerken waarin autonomie en verbinding naast elkaar kunnen bestaan.
Leren van elkaar, maar ook keuzes maken
De platformdag bevestigde dat het LSAWH in essentie een lerend netwerk is. Niet alleen in abstracte zin, maar juist ook praktisch: door voorbeelden te delen, aanpakken te vergelijken en van andere regio’s te zien wat werkt. De meerwaarde van zo’n dag zat dan ook niet alleen in de presentaties, maar in de mogelijkheid om buiten de eigen kring nieuwe inzichten op te doen.
“Een belangrijke succesfactor voor netwerksamenwerking is een gezamenlijk doel. Alleen dan kom je vooruit. Een dag als deze helpt bij de verdere ontwikkeling van de AWH, juist omdat je verrassende inzichten opdoet van collega’s buiten je directe kring. Een concreet leerpunt neem ik mee uit regio Nijmegen: laat je linking pin een hele dag bij de RHO zelf werken, zodat die meer verbinding krijgt met de praktijk, goed weet wat er speelt en aan de juiste tafels zit.”
Adinda Mailuhu, trekker AWH Delta
Tegelijk werd duidelijk dat de volgende fase niet vanzelf ontstaat. Verdere ontwikkeling vraagt om scherpe keuzes: over het gezamenlijke doel, de afspraken die nodig zijn voor effectieve landelijke samenwerking en de vraag hoe de praktijk niet alleen gesprekspartner, maar ook richtinggevend blijft.
De betekenis van de dag zat juist in die combinatie van voortgang en open vragen. Er is zichtbaar energie en er zijn al concrete resultaten, maar tegelijk groeit het besef dat de volgende stap vraagt om focus, bestuurlijke helderheid en blijvende investering in de verbinding tussen praktijk, onderzoek en onderwijs.
Vervolg
Voor het LSAWH was de UNH-Platformdag niet alleen een moment van terugkijken, maar vooral van verder denken. De basis is in korte tijd sterker geworden. De uitdaging is nu om die beweging vast te houden met een gedeeld doel, heldere afspraken en een stevige verankering in de huisartsenpraktijk. Alleen dan kan landelijke samenhang echt meerwaarde krijgen voor de regio’s én voor de huisartsenzorg als geheel.
