De Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving heeft afgelopen maand een belangrijk rapport uitgebracht over de eerstelijnszorg: De basis op orde. Het rapport geeft aan wat de waarde is van de eerstelijn voor het Nederlandse zorgstelsel, en schetst in grote lijnen waar het naartoe moet.
De waarde van de eerstelijn is groot, de RVS noemt met name de huisarts het fundament van ons zorgstelsel, en adviseert in die huisarts te investeren. Continuïteit (de vertrouwensband met de patiënt), persoonsgerichtheid (kennis van de context) en samenhang in het integrale zorgaanbod door een generalistische eerstelijn zijn nog steeds cruciaal voor de zorg van de toekomst, en wijkgerichtheid is van extra waarde. De huisarts is poortwachter, coördinator en is 24/7 beschikbaar. Zeker bij toenemende specialisatie en dreigende fragmentatie blijft de generalistische functie van de huisarts onmisbaar in ons zorgstelsel. De RVS pleit er daarom voor om dat te erkennen in woord en daad, de traditionele rol moet behouden blijven, maar daarnaast moet de huisartsenzorg qua organisatie wel willen moderniseren en daadwerkelijk verantwoordelijkheid nemen in de wijk. Goede burgerinitiatieven en collectieven kunnen daar het werk van de huisarts deels ondersteunen. De RVS houdt dus een mooi pleidooi voor behoud van integrale, generalistische zorg dichtbij huis, en de huisarts moet daarin een kernspeler zijn.
Wat vindt het UNH van dit advies? Wij vinden dat er een stevig advies is geschreven dat nog eens heel mooi op een rijtje zet wat de wetenschappelijke onderbouwing is van het werk van de huisarts; er is veel bewijs dat huisartsenzorg een goede investering is, zowel voor wat betreft zorgkosten als op gezondheidsuitkomsten. Het zal er voor de beroepsgroep nu om gaan om de uitdagingen op te pakken en een toekomstbestendige organisatie van huisartsenzorg verder vorm te geven, ook in het kader van het Integraal Zorg Akkoord. Het UNH kan hier aan bijdragen met haar academische werkplaatsen, die regionaal vaak motor zijn voor innovatie en evaluatie, waarmee de onderbouwing van effectiviteit en doelmatigheid van de huisarts verder onderbouwd kan worden. Kortom, hier kan de (academische) huisartsenzorg mee verder!
Er is veel wetenschappelijk bewijs voor het positieve effect van goede eerstelijnszorg en in het bijzonder huisartsenzorg. Het UNH is daarom verheugd te lezen dat het RVS rapport ‘De basis op orde’ dit onderschrijft. In onderstaand verslag nemen we u graag in vogelvlucht mee door de belangrijkste conclusies.
Kernwaarden: continuiteit, persoonsgerichtheid, samenhang en wijkgerichtheid
Wat de beroepsgroep in 2019 opnieuw als dé kernwaarden van het vak heeft genoemd [link] wordt ook door de RVS onderstreept: continuïteit (vertrouwensband), persoonsgerichtheid (kennis van de context) en samenhang. Wijkgerichtheid of populatiegericht zien zij als extra kernwaarde. Deze kernwaarde is een logisch uitvloeisel, maar is door o.a. beleidsmatige trends gedeeltelijk verloren geraakt.
Functies: eerste aanspreekpunt, 24/7, poortwachtersfunctie en gids
De RVS ziet als bijbehorende functies voor de eerstelijn dat zij laagdrempelig het eerste aanspreekpunt moeten zijn over gezondheid en ziekte. Daarbij hoort 24/7 beschikbaarheid en de poortwachtersfunctie. Ook de gids en coördinatiefunctie en de signalerende rol wordt aan de eerstelijn toegeschreven.
Ondermijnende trends: specialisatie, fragmentatie en schaalvergroting
Vervolgens beschrijft de RVS een aantal ondermijnende trends. Ten eerste de specialisatie en taakdifferentiatie in de wijkverpleging en huisartsenzorg, terwijl zij zeker ook de positieve kant hiervan benoemen. Een tweede trend is het versnipperde zorgaanbod door een toename in aanbieders. Deze ontstond door de gereguleerde marktwerking en gefragmenteerde bekostiging vanuit verschillende zorgwetten. Een derde trend is de schaalvergroting die had moeten leiden tot een grotere doelmatigheid, maar tegelijkertijd integraliteit, persoonsgerichtheid en wijkgerichtheid bemoeilijkte. Veranderende arbeidsvormen (loondiensters, waarnemers en ZZPers) en nieuwe spelers worden ook genoemd als belemmerende ontwikkelingen. Tot slot worden de negatieve bijwerkingen van substitutie van zorg naar de eerste lijn beschreven.
Uitgangspunten: erkenning waarde eerstelijn, zinvolle innovatie, wijkgerichtheid en zelfmanagement
Om de kernwaarden en bijbehorende functies in ere te herstellen worden een aantal belangrijke uitgangspunten genoemd.
Ten eerste moet in woord én daad erkend worden dat eerstelijnszorg van cruciale waarde is voor de samenleving. Daarom moet eerstelijnszorg laagdrempelig beschikbaar blijven, maar niet té laagdrempelig. Interventies die de kracht van de samenleving versterken zijn dus essentieel. Lees: zelfmanagement. Vervolgens zou het focus moeten liggen op optimalisatie en niet op efficiëntie-denken. Ook zou samenwerking boven competitie moeten staan. Tot slot noemen zij hier dat de zorgverleners en ondersteuners meer erkend moeten worden in hun professionaliteit. Oftewel vertrouwen in plaats van controle zodat de administratieve lasten tot een minimum beperkt worden. Ten tweede moeten de functies en waarden van de eerstelijnszorg door innovatie en aanpassing aan de huidige tijd versterkt worden. Ten derde pleiten zij voor een wijkgerichte aanpak met specifieke aandacht voor kwetsbare groepen. Tot slot adviseren zij om uit te gaan van de kracht van de samenleving en deze zo nodig professioneel te ondersteunen.
Van het ‘waarom’, naar het ‘wat’, naar het ‘hoe’
Tot slot, dit rapport geeft een mooi beeld van wat we willen en waarom we dat willen. De grote uitdaging is nu om antwoord te geven op ‘hoe’ we dit willen bereiken. Daar ligt een grote uitdaging waar we ook vanuit de academische huisartsgeneeskunde graag onze bijdrage aan willen leveren.
