Passende zorg komt voort uit de huisartsgeneeskunde en is daar dan ook al diepgeworteld. Toch blijft ook integrale en landelijke toepassing in de huisartsenpraktijk een continue uitdaging. Hoogleraren Tijn Kool, Jettie Bont, Dorien Zwart, Henk Schers en het NHG pleiten in H&W mei 2025 voor een landelijk programma dat huisartsen helpt passende keuzes te maken, effectieve interventies op te schalen en samen met patiënten tot zorg op maat te komen.
Waarom deelt het UNH dit artikel?
Dit pleidooi raakt ons allemaal – niet alleen huisartsen – ook beleidsmakers, patiënten, verzekeraars, onderzoekers en opleiders. Het pleidooi sluit ook naadloos aan bij de missie van het UNH: versterken van de verbinding tussen praktijk, onderzoek en onderwijs. De auteurs van het pleidooi — allen betrokken bij het UNH of aanverwante instellingen — brengen een krachtig signaal: passende huisartsenzorg vraagt om systematische ondersteuning We delen hun oproep graag en moedigen actief aan om het gesprek daarover samen verder te voeren met alle stakeholders (genoemd en niet genoemd). We zetten hun werk voort en zullen hier regelmatig over updaten.
Hoogste tijd voor een programma Passende huisartsenzorg
Door: Jettie Bont, Dorien Zwart, Henk Schers, Tijn Kool, Leo van Rossum
Huisartsen werken evidence based en zijn meestal terughoudend in hun handelen. Daarmee weten zij onnodige diagnostiek en behandeling te beperken. Toch moeten we ons afvragen of het soms niet nog een stuk beter kan. Kan de diagnostiek wat zuiniger, verwijzen we soms toch patiënten als het voor hen niets oplevert? De antwoorden op deze vragen luiden ‘ja’, en zijn met veel goede voorbeelden van passende zorg te onderbouwen. Alleen is de uitdaging groot om die op grote schaal op te volgen. Daarom pleiten wij voor een nationaal programma Passende huisartsenzorg.
De kern
- De principes van passende zorg zijn niet nieuw voor huisartsen.
- Toch kan het nog beter: veel mooie voorbeelden van passende zorg vinden vaak moeizaam hun weg naar de praktijk en kennisvragen worden onvoldoende vanuit maatschappelijk perspectief geprioriteerd.
- Een landelijk programma Passende huisartsenzorg helpt huisartsen bij het maken van maatschappelijk relevante keuzen en het verspreiden van effectieve interventies.
- Het is belangrijk patiënten hierbij te betrekken. Huisartsen kunnen patiënten nog beter helpen een onderbouwde en voor hen passende keuze te maken.
Het Integraal Zorgakkoord uit 2022 roept op om passende zorg te leveren. Passende zorg is waardegedreven en duurzaam, en vindt dicht bij patiënten plaats. Die beslissen samen met hun zorgverleners over wat voor hen een passende behandeling is. Centraal staat daarbij wat ze (nog) wel kunnen in plaats van wat ze niet kunnen.
Aandacht voor passende zorg is nodig omdat de afgelopen decennia duidelijk is geworden dat er sprake is van veel over- en onderdiagnostiek. Passende zorg is ook nodig omdat het tekort aan (huis)artsen oploopt, terwijl de zorgvraag groeit door vergrijzing en toenemende (zorg)technologische mogelijkheden.3 Een laatste reden waarom meer passende zorg nodig is hangt samen met het gegeven dat de zorg een grootvervuiler is. De zorg is verantwoordelijk voor 7% van de uitstoot van CO2 en heeft veel negatieve gevolgen voor onze gezondheid.
De principes van passende zorg zijn niet nieuw voor huisartsen. Sterker nog, ze zijn afgeleid van de kernwaarden van de huisartsgeneeskunde. De medisch-generalistische en persoonsgerichte benadering van de huisarts past naadloos bij ‘passende zorg’. Huisartsen werken al decennia volgens NHG-richtlijnen die beschrijven welke zorg al dan niet effectief is. Bij twijfel door gebrek aan wetenschappelijk bewijs geldt het principe ‘in dubio abstine’, oftewel waakzaam afwachten. De richtlijnen ondersteunen ons bij het gericht aanvragen van diagnostiek, terughoudend voorschrijven van medicatie en alleen indien noodzakelijk verwijzen.
Hoe werken we aan passende zorg?
De afgelopen jaren weten we steeds beter hoe we het aandeel passende huisartsenzorg kunnen vergroten. Onderzoek binnen het Kennisprogramma Huisartsgeneeskunde moet de bestaande kennislacunes vullen. De eveneens door ZonMw gefinancierde Academische Werkplaatsen Huisartsenzorg maken van praktijk en wetenschap een netwerk dat de opgedane kennis binnen de domeinen onderzoek, onderwijs, opleiding en organisatie met elkaar kan verbinden. De 7 universitaire vakgroepen Huisartsgeneeskunde spelen daarin een aanjagende rol en werken samen met regionale huisartsenpraktijken en huisartsenorganisaties. Ook landelijk is er een samenwerkingsverband gevormd tussen de regionale academische werkplaatsen huisartsenzorg uit het Universitair Netwerk Huisartsgeneeskunde (UNH) en het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG). Kortom, er is de afgelopen tijd flink gebouwd aan een basis voor passende huisartsenzorg.
Daarnaast is dankzij het programma ‘Doen of laten?’ ook veel geleerd over niet-passende huisartsenzorg. Zo is er een landelijke campagne geweest om onnodige vitaminebepalingen tegen te gaan, die het afgelopen decennium fors zijn gestegen. En er was een landelijke campagne om passende maagzorg te bevorderen, nadat onderzoek had uitgewezen dat patiënten te snel een gastroscopie kregen en te lang protonpompremmers slikten. Daarnaast zijn er effectieve interventies ontwikkeld gericht op samen beslissen, met als gevolg dat minder antibiotica werden voorgeschreven bij urineweginfecties en minder patiënten werden verwezen bij knieklachten. Ten slotte is er een lijst opgesteld met aanbevelingen uit de huisartsenrichtlijnen die expliciet oproepen iets niet te doen, de ‘Beter-niet-doen-lijst’.
Wat ontbreekt nog?
Toch kan het nog beter. Ten eerste blijken veel mooie voorbeelden de weg naar meer praktijken moeizaam te vinden. Er zijn veel manieren om huisartsenzorg (nog) passender te krijgen die bredere toepassing verdienen. Een tool van Thuisarts.nl, zoals de keuzehulp ‘Verken uw wensen voor zorg en behandelen’, vormt een mooie basis voor een helder zorgplanningsbeleid voor de laatste levensfase. Of neem de keuzehulp ‘Testen op prostaatkanker?’: wanneer patiënten die voorafgaand aan het consult doorlopen, vergemakkelijkt dat het gesprek in de spreekkamer. Dergelijke manieren bevorderen passende zorg, maar daar hebben huisartsen wel systematische ondersteuning van (de)implementatie bij nodig. Het ‘hoe dan’ ontbreekt.
Ten tweede weten we dat huisartsen soms van richtlijnen afwijken. Prima als dat een bewuste keuze is, als ze in een specifieke situatie niet passend zijn. Soms spelen echter ook andere motieven een rol. Sommige huisartsen vinden het lastig om hun aanpak te veranderen en soms kan het aantrekkelijk lijken om alles bij het ‘oude’ te houden. Het komt ook voor dat de patiënt expliciet om niet-passende zorg vraagt. Dan is het een uitdaging om het gesprek aan te gaan en toch samen uiteindelijk te beslissen wat passende zorg is. Het gevolg kan zijn dat patiënten onnodig vaak en lang antidepressiva en ADHD-medicatie gebruiken. Huisartsen schrijven ook medicijnen voor tegen duizeligheid die niet werken, terwijl er effectieve oefeningen op Thuisarts.nl staan. Het blijkt meestal onvoldoende om alleen kennis in richtlijnen op te nemen. Vaak zijn er praktijkgerichte interventies nodig, die tijd en geld kosten. Daar is landelijke systematische ondersteuning voor nodig.
Ten slotte zijn er nog steeds veel onbeantwoorde kennisvragen. We kunnen echter niet alles onderzoeken en zeker niet tegelijk, dus prioritering vanuit een breed maatschappelijk perspectief is hard nodig. Welke vragen verdienen voorrang? Welke criteria spelen daarbij een rol? Effectiviteit? Kosten? Arbeidsbesparing, werkplezier? Wensen van de patiënt? Streven naar preventie? Duurzaamheid? Dat wil en kan de individuele huisarts niet alleen beslissen.
Cirkel van gepast gebruik
Een landelijk programma ‘Passende huisartsenzorg’ kan de huisartsenzorg ondersteunen bij het vormgeven van systematisch kwaliteitsbeleid. In de medisch-specialistische zorg wordt daarvoor de cirkel van gepast gebruik gehanteerd, die in 2019 geïntroduceerd is binnen het programma Zorgevaluatie en Gepast Gebruik (ZE&GG) (figuur). Dit programma moet systematische implementatie van passende zorg in ziekenhuizen bevorderen. In dit programma werken patiënten, zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overheid samen, en het ministerie van VWS financiert het. Centraal in deze benadering staat gezamenlijkheid: samen bepalen wat wordt onderzocht (agenderen), hoe de gekozen kennisvraag wordt uitgewerkt en onderzocht (evalueren), en vervolgens op welke manier de kennis uit dat onderzoek in de praktijk wordt toegepast (implementeren en monitoren).

Figuur | De cirkel van Gepast gebruik. Bron: Programma Zorgevaluatie en Gepast Gebruik
Programma Passende huisartsenzorg
Voor de huisartsenzorg is een vergelijkbaar programma hard nodig. Hoe pakken we dat aan?
Opschalen van effectieve interventies
We zorgen ervoor dat bestaande effectieve interventies door middel van evaluatie en implementatie ook hun weg vinden naar andere regio’s. Regionale samenwerkingsverbanden, zoals zorggroepen, trekken daarbij samen op met de academie in de Academische Werkplaatsen Huisartsenzorg. Kaderhuisartsen zullen een adviserende rol spelen en als ambassadeur en opinieleider fungeren voor deze best practices. Een expertteam ondersteunt de opschaling vanuit de academische netwerken. Een voorbeeld is het DECIDE-project (kader DECIDE-project).
DECIDE-project
Dit project moest ertoe leiden dat huisartsen minder inhalatiecorticosteroïden voorschrijven aan COPD-patiënten. Het Radboudumc heeft samen met een huisartsengroep in Drenthe met een toolbox het niet-passende gebruik van inhalatiecorticosteroïden bij Drentse COPD-patiënten onderzocht. Ze zagen kans het met meer dan 8% te verminderen. In de toolbox zaten onder andere patiëntinformatiebrieven, instructies om gegevens uit het keteninformatiesysteem te halen en educatiemateriaal voor huisartsen. De betrokken praktijken konden zelf kiezen welke onderdelen ze gebruikten. Deze interventie wordt momenteel ook toegepast in enkele andere huisartsengroepen, bijvoorbeeld in Utrecht, Rotterdam en Zeeland.
Inzicht vergroten in volume en variatie van (niet-)passende zorg
Om te weten waar verbetermogelijkheden liggen, kijken we samen met de praktijk, patiënten en andere stakeholders hoe zij geholpen kunnen worden om (meer) passende zorg te realiseren. Spiegelinformatie op basis van gegevens uit het huisartseninformatiesysteem (HIS) kan daarbij praktijken helpen achterhalen waar sprake is van ongewenste praktijkvariatie (zie het kader Terugdringen onnodig opioïdegebruik voor een voorbeeld). De Academische Werkplaatsen Huisartsenzorg bieden ondersteuning door met hun routinezorgdatabases informatie hierover beschikbaar te stellen. Zo wordt de ruimte verkend voor verbetering op ieder niveau: landelijk, regionaal en per praktijk.
Terugdringen onnodig opioïdegebruik
Het Amsterdam UMC heeft op basis van data uit de HIS’en spiegelinformatie ontwikkeld over het voorschrijven van opioïden. Dat programma bestond uit verschillende kleinschalige interactieve onderwijsbijeenkomsten voor groepen samenwerkende huisartsen, waarbij ze op basis van persoonlijke feedback en onderlinge vergelijking veranderplannen ontwikkelden om onnodig gebruik terug te dringen. Twee van de 3 groepen wisten het voorschrijven te reduceren.
Vergroten van kennis en inzicht bij patiënten en burgers
We gaan patiënten en burgers duidelijk maken dat passende zorg belangrijk is en dat ze daar zelf een belangrijke bijdrage aan kunnen leveren. Vaak kunnen patiënten zelf veel doen zonder medisch ingrijpen, bijvoorbeeld door zich goed te (laten) informeren en hun leefstijl aan te passen. Wanneer patiënten vertrouwen hebben in de beschikbare informatie en de bron daarvan, zijn ze beter in staat om zelf een onderbouwde persoonlijke (passende) keuze te maken. Daarbij laten ze dikwijls terughoudendheid zien. Zo kiezen patiënten met maagklachten vaker voor leefstijlverbetering zonder dat er een gastroscopie wordt gedaan.15 Vertrouwde informatie helpt voorkomen dat burgers onnodig patiënt worden. Hierbij zullen we nauw samenwerken met Thuisarts.nl (zie het kader Keuzehulp Maagklachten). Ook andere partijen kunnen een rol spelen, zoals het Voedingscentrum, het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik en Apotheek.nl. Omdat niet alle patiënten evenveel gezondheidsvaardigheden hebben, zal ook Pharos ingeschakeld worden.
Keuzehulp Maagklachten
Nadat uit onderzoek bleek dat patiënten vaak ten onrechte chronisch protonpompremmers slikken heeft het programma ‘Doen of laten?’ samen met Thuisarts.nl de keuzehulp Maagklachten ontwikkeld. Deze stelt patiënten (zo nodig) gerust en geeft ze inzicht in hun klachten. Bovendien krijgen ze concrete tips om iets te doen aan hun maagklachten, als alternatief voor medicijnen. Onderzoek laat zien dat patiënten na het doorlopen van de keuzehulp hun leefstijl aanpassen.
Hoe dan wel?
Uit onderzoek is veel bekend over wat wel en niet helpt bij implementatie en de-implementatie. Deze kennis gaan we in het programma Passende Huisartsenzorg toepassen om alle huisartspraktijkmedewerkers te helpen bij het ‘hoe dan’. De volgende aandachtspunten staan daarbij centraal:
- Het programma richt zich op de praktijk. We voorkomen dat het voor de huisartspraktijkmedewerkers een ver-van-mijn-bed-show wordt. Dat doen we door samen met hen ideeën te genereren en de energie en inspiratie van alle praktijkmedewerkers te benutten. Zij weten immers het beste wat ze nodig hebben voor passende zorg. Een bottom-upbenadering motiveert de betrokkenen meer om te participeren dan een top-downbenadering vanuit de academie, politiek of verzekeraars.
- Gezamenlijk leren en verbeteren staan centraal. Het uitgangspunt is om kennis en informatie in een veilige omgeving met elkaar te creëren, benutten en delen.
- Patiënten zullen actief en intensief betrokken zijn. We nodigen ze uit om ons te helpen om persoonsgerichte zorg en samen beslissen nog beter vorm te geven – ook als het moeilijk voor ze lijkt. Jong en oud, met of zonder lage gezondheidsvaardigheden, verschillende (vooral) kwetsbare groepen zullen worden uitgenodigd om mee te denken, zodat passende zorg ook persoonsgerichte zorg wordt. We zoeken gezamenlijk naar de optimale zorg, niet naar maximale zorg.
- In de praktijk worden vaak standaardoplossingen toegepast, zonder de praktijkcontext mee te nemen. Wij streven naar maatwerk, ook in de opschaling. Hiervoor is het belangrijk dat we de belemmerende en bevorderende factoren eerst leren kennen.
Conclusie
Zowel de individuele patiënt als onze maatschappij is gebaat bij passende zorg. Wij pleiten daarom voor een landelijk programma Passende huisartsenzorg, geïnspireerd op het landelijk programma ZE&GG voor de medisch-specialistische zorg. Dit programma moet huisartsen praktijkgerichte ondersteuning bieden bij de implementatie van nieuwe kennis en inzichten en de aansluiting met andere sectoren versterken. Een grote uitdaging die in de praktijk betekent dat we dingen soms anders doen, en soms niet meer doen, maar in elk geval wel altijd passend.
Toelichting
Het artikel is gepubliceerd in H&W mei 2025. Lees het volledige artikel inclusief verwijzingen en bronnen op Huisarts en Wetenschap.
