De studies LIDIAS en POS-ARI-PC NL verschillen sterk in onderwerp, opzet en looptijd. Juist daardoor laten ze goed zien hoe breed het Onderzoekspraktijken Netwerk Huisartsgeneeskunde (ONH) inzetbaar is. Het netwerk ondersteunt zowel relevante huisartsgeneeskundige studies als infectieziekteonderzoek, en helpt bij het organiseren, opschalen en begeleiden van onderzoek in de praktijk..
Samen met de eerdere ervaringen uit de eerste proeftuinstudie DIAMANT-UWI maken deze studies zichtbaar hoe het ONH zich ontwikkelt. Waar DIAMANT-UWI een eerste basis bood, laten LIDIAS en POS-ARI-PC NL zien hoe die werkwijze ook in andere onderzoeken en onder andere omstandigheden kan worden toegepast.
LIDIAS: opschalen via het netwerk
LIDIAS onderzoekt de inzet van een leefstijlapp bij mensen met somberheidsklachten. Binnen de proeftuinfase van het ONH liet deze studie zien hoe het netwerk kan bijdragen aan opschaling. Sinds de inzet van het ONH groeide het aantal deelnemende praktijken van 47 naar 62, een toename van ongeveer 30 procent. Met de toevoeging van 15 extra ONH-praktijken kwam het totaal aantal ONH-praktijken binnen de studie op 28.
Met die uitbreiding nam ook de inclusiesnelheid duidelijk toe. Vóór de inzet van het ONH includeerden 47 praktijken in ruim zes maanden 60 patiënten. Sinds 1 januari includeerden 62 praktijken in drie maanden 64 patiënten. Grofweg betekende dit een verdubbeling van de totale inclusiesnelheid.
De extra praktijken startten niet allemaal tegelijk. De praktijken uit regio Rotterdam begonnen in januari. Utrecht startte begin februari, samen met twee praktijken in Amsterdam en Groningen. Juist die gefaseerde uitbreiding laat zien wat er nodig is om praktijken goed aan te sluiten en te begeleiden.
POS-ARI-PC NL: korte studie, duidelijke opbrengst
POS-ARI-PC NL had een ander karakter. Deze studie naar acute luchtweginfecties werd op 27 maart 2026 afgesloten en liep relatief kort door het einde van het infectieseizoen. Juist in zo’n compacte periode wordt zichtbaar wat nodig is om praktijken snel en goed aan te sluiten.
Voor POS-ARI-PC NL tekenden 34 praktijken een onderzoekscontract. Daarvan includeerden 22 praktijken daadwerkelijk deelnemers. De eerste groep praktijken, die vanaf 1 februari bijna twee maanden kon includeren, kwam uit op 40 inclusies: gemiddeld 2,86 per praktijk. De tweede groep, die na de voorjaarsvakantie ruim een maand kon includeren, realiseerde 14 inclusies: gemiddeld 2,8 per praktijk. Tien praktijken haalden hun inclusiedoel.
Wat deze studies laten zien over het netwerk
Samen onderstrepen deze studies de breedte van het ONH. Het netwerk ondersteunt onderzoek met uiteenlopende onderzoeksvragen en verschillende praktische eisen. Voor onderzoekers betekent dat betere toegang tot huisartspraktijken en ondersteuning bij landelijke uitvoering. Voor praktijken betekent het een duidelijker proces, begeleiding bij de opstart en een beter georganiseerde aansluiting op onderzoek.

De ervaringen uit beide studies geven ook richting voor verbetering. De timing van de start is belangrijk; vlak voor een schoolvakantie beginnen werkt minder goed. Ook gaven huisartsen aan dat geschikte patiënten met een luchtweginfectie weinig op consult kwamen. Mogelijk was het virusseizoen al over zijn hoogtepunt heen bij de start van de proeftuinstudie. De opstartfase kost bovendien tijd, omdat iedere praktijk een eigen route en werkproces heeft. Deze opstarttijd moet in de volgende studies wat ruimer genomen worden. Verdere ontzorging, bijvoorbeeld door (meer) inzet van regionale onderzoeksmedewerkers waar mogelijk , goede voorbereiding en heldere informatievoorziening blijven daarom nodig.
Met LIDIAS en POS-ARI-PC NL laat het ONH zien dat praktijkgericht onderzoek in de huisartsgeneeskunde op verschillende thema’s en in verschillende vormen kan worden georganiseerd. Dat maakt het netwerk relevant voor onderzoekers én voor huisartspraktijken die op een zorgvuldige en werkbare manier aan onderzoek willen bijdragen.
Deelnemen aan het netwerk?
Praktijken die willen verkennen wat deelname aan onderzoek in de praktijk vraagt, kunnen via het ONH meer informatie vinden over werkwijze en aansluiting.
